Over Marijn Zwitserlood

De bariton Marijn Zwitserlood studeerde solozang aan het conservatorium van Utrecht bij Harry Peeters, bij wie hij zijn liefde voor opera heeft leren kennen. In mei 2006 sloot hij zijn zangstudie succesvol af. Slechts enkele maanden later behaalde hij de tweede prijs op het Christina Deutekom Concours. Sindsdien neemt hij regelmatig lessen bij sopraan Manuela Ochakovski, bij wie hij zijn zangtechniek verder heeft kunnen verfijnen. Daarnaast volgde hij masterclasses bij onder andere Christa Ludwig, Sergei Leiferkus, Jard van Nes, Robert Holl, George-Emil Crasnaru, Marie Angel en Hilary Summers.

Tijdens zijn studie deed hij ook twee maal mee aan het Residents Artists Programme van de Nederlandse Reisopera, waar hij werkte aan Nick Shadow uit The Rake’s Progress van Igor Stravinsky en Golaud uit Pelléas et Mélisande van Claude Debussy.

Op het gebied van acteren en rolinterpretatie volgde hij o.a. een masterclass bij regisseur David Freeman, de masterclass ‘Acting for Singers’ aan de Jekerstudio bij o.a. Gemma Visser en de masterclass ‘preparing for an international career in opera’ bij Hans Nieuwenhuis en Jeanette Aster.

In 2023 zong hij Karel Stekelveer in stadsopera Trijn van Bob Zimmerman en Ruben van Gogh. Deze productie werd uitgevoerd in Tivoli/Vredenburg in een regie van Jeroen Lopes Cardozo in het kader van 900 jaar Utrecht met o.a. Klein Operakoor (aangevuld tot een groot operakoor), Utrechts Studenten Concert en Karin Strobos als Trijn.

In 2016 was hij te zien als Lautsprecher in Der Kaiser von Atlantis van Victor Ullmann (M31 Foundation i.s.m. de Nederlandse Reisopera) en in 2010 als Rechercheur en Eerste dronken man in de wereldpremière van A Dog’s Heart van Alexander Raskatov bij de Nationale Opera.

Andere rollen die hij op zijn naam heeft staan zijn onder andere: Dulcamara uit Het Liefdeselixer van Gaetano Donizetti (Klein Operakoor, Utrecht), Schaunard uit La Bohème van Giacomo Puccini (concertant bij Hojotoho Operastudio) en Don Alfonso uit Cosi fan tutte van Wolfgang Amadeus Mozart (Stichting Passaggio).

Verder zong hij sinds 2012 als freelancer gemiddeld twee producties per jaar in het koor van de Nationale Opera. Daar deed hij mee in grote operaproducties als:

Lohengrin van Wagner (Regie: Loy, Dirigent: Viotti), Mahagonny van Weill (Van Hove/Stenz), Paggliacci/Cavaleria Rusticana van Leoncavalo/Mascagni (Carsen/Viotti), Die Zauberflöte van Mozart (McBurney/Albrecht) en Guillaume Tell van Rossini (Audi/Carignani).

Marijn wordt ook regelmatig ingehuurd als solist door koren en orkesten in heel Nederland om solo te zingen. Oratoria en liederen waarin hij te horen was zijn o.a.: Elias van Mendelssohn (o.a. bij Utrechtse Oratorium Vereniging), Aria’s en Christus in Johannes Passion van Bach (o.a. Amsterdamse Bachvereniging), Aria’s en Christus in Mattheus Passion van Bach (o.a. Dudok Ensemble), Petite Messe Solennelle van Rossini (o.a. Nederlandse Reisopera), Kindertotenlieder van Mahler (o.a. Bergens symfonieorkest), Liederen en Dansen van de Dood van Moessorgski (o.a. Heemsteeds Philharmonisch Orkest), Die Schöpfung van Haydn (Utrechtse Oratorium Vereniging), Ein Deutsches Requiem van Brahms (o.a. Utrechts Studenten Koor en Orkest) en Die Erste Walpurgisnacht van Mendelssohn (o.a. Soli Amersfoort).